PAUL VAN DER MEER

Oh, die jaren ’80
In de jaren ’80 ben ik opgeleid tot fysiotherapeut en manueel therapeut. Het tijdperk van de maakbare samenleving. De afspiegeling van deze maakbaarheid was toen zichtbaar in de fysiotherapie en manuele therapie in de overtuiging dat alle weefsels van het bewegingsapparaat volledig konden herstellen. 

Werkwijze
Vele jaren heb ik gewerkt met het idee dat pezen, disci intervertebrales en kraakbeen met milde artrose volledig kunnen herstellen. Ik richtte me vooral op de onderliggende problematiek die de aanleiding voor de klachten was en zocht deze vooral in functieverlies van gewrichten. Als dat in kaart was, kwam behandelen neer op het opheffen van de gevonden functieproblematiek en was de verwachting dat de aangedane structuur, doordat deze weer belast werd als voorheen, zou herstellen.
Vanuit deze gedachte heb ik jaren gewerkt en les gegeven. We waren op zoek naar de bewegingsbeperkingen welke de aanleiding zijn voor klachten zoals een HNP, een tennisarm, tendinose/tendinitis van de achillespees, cuff-problematiek, een Jumpers knee of artrose. Door het opheffen van de bewegingsbeperkingen zou de voorwaarde worden gecreëerd om de pathologie te herstellen. Dus behandelen bestond uit het terugwinnen van de mobiliteit van functiegestoorde gewrichten.

Twijfel
Klopt die maakbaarheid van het bewegingsapparaat wel? Waarom komen patiënten dan nog wel eens na een paar jaar terug met dezelfde klacht en vervolgens na een paar jaar weer? Zoals in Waarom Fundament Fysiotherapie te lezen, is de halfwaardetijd van de achillespees 200 jaar. Dit past niet bij weefsel dat zichzelf makkelijk kan vernieuwen. Is dat herstellend vermogen toch niet zo groot als jarenlang het idee was?
Een kleine 10 jaar terug ben ik als een monnik de literatuur ingedoken. Ondertussen, na het lezen van vele artikelen, ben ik tot de conclusie gekomen dat er geen onderbouwing is voor het idee dat pezen, disci en kraakbeen zouden kunnen herstellen tot kwalitatief hetzelfde weefsel als voordat er klachten speelden. 

Toch niet zo maakbaar
Beschadigde lamellen van een discus herstellen niet. Gescheurde fibrillen in een achillespees verdwijnen niet. Beschadiging van kraakbeen in de puberteit geeft een grote kans dat het betrokken gewricht later artrotisch wordt. Dit past ook veel beter bij de ervaring in de praktijk.

Chemische processen: de toekomst?
Verder is me duidelijker geworden dat voor begrip en inzicht in gedrag van zowel gezond als pathologisch weefsel enige kennis van de chemische processen onontbeerlijk is. Cellen scheiden allerlei stoffen (cytokinen) uit om met elkaar te communiceren. Dit kan onder andere leiden tot toename van de productie van bepaalde enzymen, maar ook juist tot afname ervan. Daarnaast zijn er cytokinen die bij een beschadiging leiden tot hyperalgesie of allodynie. Het kernprobleem bij een tendinose/tendinitis, artrose en discusletsel is de schade aan het collagene netwerk. Wetende dat herstel van dit netwerk in pezen, kraakbeen en disci onmogelijk lijkt te zijn, gezien de trage turnover, lijkt het onlogisch de positieve resultaten van fysiotherapie te wijten aan weefselherstel. Waaraan dan wel? Mogelijk veroorzaken toegepaste fysiotherapeutische interventies chemische veranderingen, waardoor pijnvermindering optreedt. Maar wat is gezien de kennis van nu de meest optimale aanpak? Daar valt veel over te zeggen. Onder andere dat excentrisch rekken niet zaligmakend is(1).

LITERATUUR
1.) Couppé, C. et al. (2015). Eccentric or Concentric Exercises for the Treatment of Tendinopathies? Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, 45(11), 853–863.