COLLAGEEN BINDWEEFSEL

Hieronder een schets van de onderwerpen die behandeld zullen worden in de lezing: Collageen bindweefsel.

Inleiding
Pezen en ligamenten hebben wel wat weg van een touw. Een bundeling van vezels welke in staat is trekkrachten op te nemen en waarvan de vezels min of meer georiënteerd liggen in de richting waarin de krachten lopen. Een lang touw, zoals van de hangbrug op de afbeelding, bestaat uit vezels die met elkaar vervlochten zijn. De individuele vezels zijn dus veel korter dan het gehele touw lang is. Geldt dit ook voor de vezels van de achillespees? Het is nu 2019 en men is het er in de literatuur niet over eens. De ene groep onderzoekers meent dat de vezels even lang zijn als de achillespees is en de andere concludeert dat dit niet zo is en de individuele vezels veel korter zijn dan de pees. Beiden hebben goede argumenten. Hiermee is de toon gelijk gezet voor het collageen bindweefsel. Zo ook geen eensgezindheid of er bij een tendinopathie nu sprake is van een tendinose of tendinitis. In de jaren 2000 was het heersende idee dat er een tendinose speelde, echter de laatste jaren is dit steeds meer verlaten(2). Er is overtuigend aangetoond dat er wel degelijk een ‘itis speelt. Voorgaande geeft aan dat onderzoek geen eenvoudige bezigheid is en dat bij gebruik van nieuwe meer geavanceerde apparatuur ‘de waarheid’ wel eens heel anders kan blijken te zijn. 

Variatie in bouw en vervorming van pezen
De insertiepees van de m. tibialis anterior verlengt hooguit 3-4% bij maximale fysiologische belasting terwijl de achillespees 11% langer wordt bij springen op één been. Er is variatie in bouw, mate en wijze van verlengen tussen deze pezen. Wat zijn die variaties? Via prachtig onderzoekswerk is dit aardig ontmaskerd. Echter, het in detail in beeld krijgen van de fibrillen van een pees of band, ook met de meest geavanceerde microscopen, is uiterst moeilijk zullen we zien(3)

Tendinopathie
Zoals bekend is de achillespees vaak aangedaan. Zowel volledig doorscheuren van deze pees zonder ooit eerder iets gevoeld te hebben komt voor maar ook jarenlang sukkelen met een pijnlijke achillespees en deze nooit doorscheuren. Beiden zijn bekende klinische beelden. Wat speelt er zich eigenlijk af in een pees die aangedaan is, waardoor start een aandoening en wat te doen om klachten te voorkomen en hoe te behandelen als ze er zijn? Vragen waar veel onderzoekers zich mee bezighouden en die 
relevant voor de fysiotherapie zijn.

Epidemiologie
Naast basaal onderzoek is er ook een enorme berg epidemiologisch onderzoek. Er is onder andere gevonden dat bij bepaalde sporten specifieke pezen vaak aangedaan zijn en dat dit zowel met als zonder pijnklachten gepaard kan gaan.
Een paar voorbeelden uit epidemiologische studies:

  • Bij top badmintonners met tendinopathie van de patellapees is de dwarsdoorsnede van het distale deel van de patellapees 29% kleiner als deze genormaliseerd wordt naar het lichaamsgewicht(1).
  • Top basketballers en volleyballers hebben vaker een Jumper’s knee dan topsporters in andere disciplines.
  • Acuut doorscheuren van de achillespees gebeurt meestal in de leeftijd tussen 30 en 40 jaar. Bij histologisch onderzoek blijkt dat de pees voorafgaand aan het doorscheuren altijd al aangedaan was.

Kwaliteit herstel
Een afgescheurde achillespees groeit weer aan elkaar, echter niet met peesweefsel van dezelfde kwaliteit. Er vormt zich vooral collageen type III op de plaats van de scheur. Dit komt neer op littekenweefsel en dit heeft een mindere kwaliteit dan het oorspronkelijke weefsel. Uiteindelijk wordt de herstelplek wel weer net zo sterk maar wel met een twee keer zo grote dwars-doorsnede en kwalitatief minder weefsel.

Een pijnlijke tendinopathie van de achillespees komt vaker voor dan het afscheuren ervan. Kenmerkend is de forse verdikking en pijn midden in de pees. Wat is er aan de hand? Op de echo is vaak een hypoechoic gebied zichtbaar, dit betekent meer water in de pees tussen de fascicles en de doorgescheurde collagene fibrillen/vezels. Het lijkt er op dat de uiteinden van de doorgescheurde collagene fibrillen/vezels niet meer aan elkaar groeien? Dus eenmaal een scheuring van fibrillen is waarschijnlijk een blijvende scheuring. Pijn hoeft niet blijvend te zijn. Deze kan weggaan terwijl de fibrillen nog doorgescheurd zijn. Wat is het verschil tussen deze twee situaties dus de situatie met en zonder pijn? Andere chemische processen?

Chemische processen
In de pees zelf spelen altijd allerlei chemische processen. Echter, als de productie door de peescellen van het hormoon VEGF omhoog gaat, is dit een veeg teken. Waarschijnlijk is er scheuring van fibrillen/vezels opgetreden. Dit hormoon zorgt voor aanleg van extra bloedvaatjes in de pees en met die vaatjes groeien er altijd vrije zenuwuiteinden mee. De nieuwe vaatjes en vrije zenuwuiteinden kunnen ook weer wegtrekken. Als ze er wel zijn is er meestal sprake van pijn in de pees. 
Hoe acteert het immuunsysteem bij problematiek van pezen? Welke therapeutische prikkel lijkt de meest aannemelijke om peesklachten positief te beïnvloeden? Excentrisch rekken is de afgelopen 20 jaren vaak geopperd, maar wordt in de literatuur ook als een slecht onderbouwde hype gezien. 

Doel lezing
Aan het eind van de lezing zal je een goed beeld hebben van de bouw, het mechanisch functioneren, de (patho-)fysiologie, beschadiging, reparatie en de adaptatie mogelijkheid van collageen bindweefsel en ook wat veroudering doet met dit weefsel.  Daarnaast zal je door de opgedane kennis creatiever en beter onderbouwd kunnen variëren in je aanpak bij tendinopathie.
Het accent van de lezing zal meer liggen op pezen dan op ligamenten, maar de laatsten zullen ook zeker aan bod komen.
Interesse? Dan kan je je hier aanmelden voor de lezing: Collageen bindweefsel.


LITERATUUR
1. Couppé, C., et al. (2013). Differences in tendon properties in elite badminton players with or without patellar tendinopathy. Scandinavian Journal of Medicine and Science in Sports, 23(2), 89–95
2. Mosca, M. J., et al. (2018). Trends in the theory that inflammation plays a causal role in tendinopathy: A systematic review and quantitative analysis of published reviews. BMJ Open Sport and Exercise Medicine, 4(1), 1–9.
3. Svensson, R. B., et al. (2017). Evidence of structurally continuous collagen fibrils in tendons. Acta Biomaterialia, 50, 293–301.